Hans bouwt een Hoogspanningsmast: Zwolle-Meeden 1:30

Is een hoogspanningsmast voor jou meccano next level? Kan je goed masttekeningen, computermodellen of stations maken? Welkom bij de modelbouwers
Mastbeeld van deze aangeslotene
Hans
Site Admin + actief in het mainsite team
Load: 2781
Ingelust: 03 dec 2011 20:49
Favoriete mastsoort: Tonmast
Dichtstbijzijnde trafo: Veenoord en Wageningen

Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door Hans » 22 nov 2013 12:54

Naar de begrippen van 1995 tot 2010 tussen mast 28 en 121 is alles al klaar. Maar een combinatiemast is pas een combinatiemast wanneer er een combinatie op wordt gemaakt.

Het mastontwerp van Zwolle-Meeden is berekend op zes traversen. Of drie, afhankelijk van de definitie van een traverse. Nu ken ik een zeker persoon (ra ra wie?) die een exemplaar van Zwolle-Meeden heeft gesoldeerd en waarbij alleen het 380 kV-gedeelte aanwezig is. De 110 kV-traversen zijn niet aangezet. En ergens heeft dat ook wel wat. Het roept ongetwijfeld meer vragen op bij iedereen die er een blik op werpt en het intrigeert meer dan een volledig benut exemplaar.

Afbeelding

Toch ben ik esthetisch niet zo weg van het hoogwatergevoel dat het schaalmodel tot dusver geeft. Zeker niet met de inmiddels roemruchte broek op half zeven, zoals bij de S+4 en S+6. Wie kent niet de gangsters in spijkerbroeken met een extreem laaghangend kruis die enerzijds stoer door Zwolle lopen, maar er anderzijds o zo sneu uitzien als ze daarmee proberen te rennen om hun trein te halen?

(Ot, als je broer dit leest: sorry Lars, maar waarom koop je dan ook niet gewoon een broek in plaats van zo'n soort pyjama. Dat had vast wonderen gedaan voor je bedroevende sjansgehalte in klas 4 en 5. [/autobiografische modus] )

Afbeelding

Dus. Op een combimast moet een combinatie gemaakt worden. En aangezien er dus al een model bestaat (nummer 238? ) waaraan de 110 kV-traversen ontbreken, is er een gat in de markt welke bijzonder mooi overeenkomt met de esthetische voorkeur van ondergetekende. De twee 110 kV-traversen zijn theoretisch een koud kunstje. Alleen ik had niet voorzien dat er met de 110 kV-meelifters twee onverwachte problemen zouden verschijnen die de bouwtijd aanzienlijk zouden verlengen...

'95 en '10

We schrijven eind mei 2013. Graftakkeweer, ongewoon koud voor het jaargetijde. Zoals dit hele voorjaar het geval was. Maar binnen, aan de goeie kant van de dik geïsoleerde muren van het atelier van moeder de vrouw, was het aangenaam toeven.
Op de bouwtekening staat een weergave van een traversebodem die overeen kwam met die van de nieuw aangezette traversen aan mast 107, die in 2010 van twee extra traversen werd voorzien. Destijds had ik een buitenkans uit duizenden: 's avonds lag de nieuwe traverse van alles en iedereen verlaten op de bouwplaats te wachten tot hij er de volgende dag aangezet zou worden. Camera om je nek hangen, een jeugdig medegezinslid mee (als decoy wanneer er een securitygorilla komt opdagen), een meetlint mee en gaan met die orkaan.

Afbeelding

Meten is weten. In een half uur hebben we grotejongetjesapekooi gespeeld op de traverse. Briljant klimrek: drop er zo eentje in de speeltuin en iedereen is tevreden. Ondertussen had ik de mogelijkheid om het gevaarte tot in alle details te fotograferen. Dat levert dan dit soort werk op.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Tot zover niets aan de hand. Althans, zo leek het totdat de eerste mooie voorjaarsdag zich aandiende. Toen wou ik nog wat laatste detailfoto's gaan maken vanwege enkele vragen over de ladderbevestiging. Bij gebrek aan een camera met meer dan 3,2 megapixels was er opnieuw een zeker jeugdig medegezinslid van de partij die een grotere (camera) heeft.

Afbeelding

Hier zien we een foto van de onderste verdieping van mast 134. Op het eerste gezicht niks aan de hand. Een woest aantrekkelijk stuk vakwerk met een al sinds jaar en dag gesprongen glaskap. Maar als we wat nauwkeuriger kijken naar de binnenportalen en de bodemplaat van de 110 kV-traversen, dan -

Afbeelding

Afbeelding

Een binnensmondse bastaardvloek en een irritant giechelend, jeugdig medegezinslid die zich net buiten elleboogafstand bevond. En daar sta je dan een beetje sloom omhoog te loeren naar nummer 134, die zich in een stilzwijgen hult zoals dat zo goed past bij hoogspanningsmasten. Trots en verheven boven de beslommeringen in de kleine, lage wereld waarin hij zojuist een heus modelbouwdilemma had veroorzaakt.

De in 2010 aangezette traversen blijken niet gelijk te zijn aan de exemplaren uit 1995.
Kijk maar eens naar hoe het circuitbordje vast zit en naar hoe de afstandhouders in de fasedraadophangingen zitten. En nog belangrijker, kijk eens naar het aantal steunlatten in de kruisen van de traversebodem. Het directe gevolg is dat mijn tekening niet meer klopt met de scope van het project. Op de tekening staat doodleuk een '10-traverse terwijl het originele '95-typetje van de 110 kV-traverse er blijkbaar anders uitziet. Gek genoeg had ik dat nog nooit eerder gezien. (Dan denk je deze lijn dus te kennen en opnieuw blijkt niets minder waar te zijn. Typisch Zwolle-Meeden: net zoveel verrassingen als ie lang is.) Alle 110 kV-traversen uit 1995 zijn identiek. Hetzelfde geldt voor alle exemplaren van 2010, maar de onderlinge verschillen tussen beide bouwplannen zijn niet zomaar te verwaarlozen wanneer je uitgerekend een S+6 bouwt.

Afbeelding

Een jeugdig medegezinslid tot ontploffing brengen door de bovenstaande alinea hardop te overdenken ook wat waard.

Ik zou het over kunnen slaan in de blog. Maar we zijn hier toch met een stel mastengekken? Welnu, bij dezen het hele vervolg van de overdenking uitgeschreven tot in detail. Puur facultatief voor de ZL-MEE die-hards.

Het plan is om een mast te bouwen zoals die in 1995 bedoeld was, dus met het traversetype '95 aan beide kanten. Maar helaas bestaan die helemaal niet als S+6. Alle S+6 exemplaren in ZL-MEE (en dat zijn er slechts vier) zijn voorzien van twee 110 kV-traversen van het '10-type. De niet-speciale mastnummers 2 tot en met 27 zijn daarmee opeens anders dan de exemplaren 29 tot en met 120. De exemplaren 122 tot en met de kruising van Beilen-Bargermeer hebben één 1995-traverse en één 2010-traverse. En vanaf daar tot aan Meeden zijn de traversen weer gelijk aan die van de exemplaren 2 tot en met 27. Hiertussen zit geen enkele S+6 met twee keer '95. De toren en broek van de modelbouwmast is nu eenmaal S+6 - dat kan niet meer veranderd worden. Maar ook de scope van het hele project staat muurvast. Al sinds de tijd dat Ot nog naar Telekids keek was is het idee om het originele bouwplan uit 1995 te gebruiken. Geen moderne fratsen: ZL-MEE zoals alles in de tijd van happy hardcore bedoeld was. Dat is tenslotte ook modelbouw: niet te snel compromissen sluiten. Het gevolg is nu dat er dadelijk een S+6 met twee '95-traversen ontstaat: een combinatie die in de echte hoogspanningslijn Zwolle-Meeden niet voorkomt.
Toch is dat niet echt een probleem. Puur de blinde positie van wegen, kanalen en viaducten in combinatie met de plekken waar de 110 kV-meelifers reeds in 1995 nodig waren, heeft het zo bepaald dat er stomtoevallig geen enkele S+6 met '95-traversen voorkomt terwijl ze technisch zonder enig probleem zouden kunnen bestaan. Dat soort eigenaardigheden vormen het unieke karakter van een lijn als Zwolle-Meeden: als je maar tot het draadje gaat valt alles op zijn plek. Dus twee keer '95 voor de 110 kV-meelifters en het mastmodel S+6. Zo zal het geschieden. Tweemaal een '95-traverse, met circuits blauw en oranje. De mast krijgt nummer 239 en daarmee wordt het probleem, zo het nog bestaat, voorgoed geslecht.

Ben je nog wakker? Respect.

Verbazingwekkend veel materiaal

De 110 kV-traversen beginnen zoals de 380 kV-traversen, met het aftekenen en boren van de traverseranden. Deze staven bestaan uit twee hoeklatten die in elkaars verlengde liggen en die met twee knoopplaten aan elkaar verbonden zijn.

Afbeelding

Ook in het schaalmodel zal dat gebeuren, maar vanwege bouwgemak worden de traverseranden in eerste instantie gewoon als volledige lengtes uit één stuk gemaakt. Pas later, als de traversebodem klaar is en de knoopplaten gereed zijn, zagen we ze door om ze daarna door te verbinden met knoopplaten. De traversebodems van de 110 kV-traversen zijn in verhouding met de boventraversen voor de bovenste 380 kV-fase en de bliksemdraad enorm ruim. Dat is makkelijk schroeven met grote handen, maar aan de andere kant kost het wel een heleboel van die custom made supersmalle hoekijzertjes. Er gaat redelijk wat tijd mee heen om ze te fabriceren.

Afbeelding

Ook gaatjes boren kost meer tijd dan het lijkt. Je kan nog zo voorzichtig boren, er ontstaan altijd braampjes aan de onderzijde van het boorgat. Die moeten eerst afgevijld worden met een piepklein vijltje om te zorgen dat de boutjes dadelijk mooi strak aansluiten.

Zomer

En dan heb je nog het probleem van het jaargetijde. Het werd juni, het werd eind juni. En daar verscheen opeens iets wat we sinds deze tijd al niet meer hadden gezien: zomer. En voor het eerst in drie jaren is het ook werkelijk zomer in de zomer, zoals ook Peter zal erkennen.

De zomer is de tijd van vakantie. Maar de fondsen zijn niet bij iedereen even ruim in deze tijden. Naar Scandinavië gaan (of überhaupt op vakantie gaan) behoort al jaren tot het verleden. Daar kan je sneu over doen, maar ach.. als ik er eerlijk over nadenk: waarom zou een mens in de zomer de deur uit willen als dit je thuis is? Welkom in Drenthe.

Afbeelding

Er is in de zomertijd altijd wat te doen op een boerderij. Nog afgezien van het echte werk (op het land, met de dieren en ook met de papieren bedrijfsvoering) zijn er talloze kleinere klussen die bij voorkeur moeten plaatshebben als het zomer is. Van het verven van de schuur tot het repareren van het dak, het snoeien van de zware eikenbomen op het erf, af en toe achter een onweersbuitje aan jagen, uit het nest gevallen zwaluwjongen terugzetten, de tractor begeeft het wel eens, nestkastjes heb je nooit teveel, dazenvallen maken, noem maar op. Moraal: de dagen op een boerderij zijn nooit leeg. En zo blijft er juist in de zomer maar een bescheiden hoeveelheid tijd over waarin er gebouwd wordt aan het model. Al was het maar omdat het weer zo mooi was en we dat zo gemist hadden in de laatste jaren. Bij voorkeur ben je dan zoveel mogelijk buiten. Zo doe je over twee traversen dan gerust meer dan een maand. Hier eens een uurtje, daar een half uur... Opschieten deed het niet, maar het is hobby. Haast hoeft niet.

Circuitborden op z'n negentienvijfennegentigs

Een opmerkelijk gegeven aan het ontwerp van de ondertraversen is de manier waarop de fasedraden worden bevestigd. Kijk eens nader naar deze '95-traverse.

Afbeelding

Bij de 380 kV-traversen zijn de dragers van de fasedraden H-profielen, maar bij de 110 kV-traversen zijn het tweemaal twee aan elkaar verbonden L-profielen. Een hele straat boutjes verbindt ze in de echt. En een paar korte U-profielen houden de afstand constant. Blijkbaar is deze manier sterk genoeg om de veel lichtere 110 kV-draden te kunnen dragen.

Afbeelding

Okee, deze manier is beduidend goedkoper dan nog eens zo’n duur messing H-profiel gebruiken, dus in die zin moet ik blij zijn. Maar of het mooi is? Zeker in een schaalmodel met M-boutjes kom je ruimtelijk gezien al snel in de knel met al die latten op één plek. Soms moest de kop van een boutje zelfs aan een kant vlak worden gevijld om zo een extra millimeter te winnen...

Kijken we naar de steunen in de bodem, dan zien we zien dat die in de 1995-versie slechts vanuit één kant naar het midden van de kruisende latten loopt. Aan de andere randstaaf zitten ze niet. Lege gaatjes zitten er echter wel, ook in de versie uit 1995. Het lijkt er dus op dat er rekening is gehouden met de mogelijkheid om een zwaardere last aan de traverse te hangen dan in 1995 werd ingehangen. Maar nu ze alsnog de fasedraden verzwaard hebben, zijn de extra steunen niet alsnog ingebouwd. Blijkbaar is de traverse ook zonder die dingen wel sterk genoeg. Heel apart.

Afbeelding

Uiteindelijk zit de traversebodem er dan in en kan er aan de trekschoren begonnen worden. De trekschoren zijn altijd leuk werk. In tegenstelling tot de 380 kV-traversen (die exemplaar voor exemplaar gingen) heb ik de 110 kV-traversen samenop gebouwd, telkens dezelfde stap aan beide kanten.

Afbeelding

Het verandert het bouwwerk razendsnel in een echte hoogspanningsmast. De 110 kV-traversen beschikken beide over twee binnenportaaltjes waarbij aan het portaal het dichtste bij de toren het circuitbordje is opgehangen. De precieze wijze van ophanging verschilt tussen de '95-traverse en de '10-variant, zoals hogerop genoemd.

Krijg nou wat

Na het inhangen, uitlijnen en vastmaken van de traversen, het werken aan piepklein detailwerk (zoals de door Tom aangehaalde spievormige plaatjes aan de traversebevestigingslatten) en het doorzagen van de traverseranden om ze daarna met de knoopplaten weer netjes te verbinden is dan het moment daar. De laatste bout wordt aangedraaid. Vergeefs wordt er gezocht naar een nog ontbrekende lat. Geen boutje ontbreekt. Geen moertje rammelt nog.

Afbeelding

Dan moet je toch wel even slikken, iets wat Tom vast herkennen zal. Hoewel je het maanden van tevoren ziet aankomen, komt het einde toch nog vrij plotseling en onverwacht. De inmiddels gepokt en gemazelde krombektang ligt stil op het boorplankje. De spanningzoeker valt neer, de boor zwijgt. En in de minuut daarna dringt het ten volle tot je door en besef je wat je gedaan hebt.

Mijn hemel, ik heb een hoogspanningsmast gebouwd. ... ... ... ...

Ho even, aanmaken nu. Klaar is een groot woord, eigenlijk zelfs een leugen.
Het enige dat voltooid is is het grootschalige constructiewerk aan de structurele delen van de mast. We zien op de foto hogerop dat de mastdelen nog niet eens op elkaar gemonteerd zijn, dus af is hij nog lang niet. Daarnaast is klaar vanuit het oogpunt van een constructietechnicus ook niet gelijk aan klaar vanuit het oogpunt van een mastengek, die niet de constructie maar juist het evenbeeld daarbuiten in de velden voor ogen heeft. Juist het detailwerk maakt een model werkelijk af. In het volgende deel zien we hoe de mast zijn aankleding krijgt.

Afbeelding

Voor nu sluiten we af met een blik op de mast zonder ladders, zonder circuitborden en balkonvloeren. Zonder zinkmenie, zonder veiligheidsdraad, zonder isolators. Zonder vlakhaakjes, zonder waarschuwingsbord en zonder helikopterbord. Alleen maar ongeverfd metalen vakwerk: in feite Zwolle-Meeden in z'n nakie.

Hooggespannen groeten,
Hans.
Trots geboren in het 110 kV-gebied

Mastbeeld van deze aangeslotene
Peter
380 kV + Netkaartcrew
Load: 2913
Ingelust: 07 dec 2011 20:02
Favoriete mastsoort: Donaumast
Dichtstbijzijnde trafo: Almelo Tusveld

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door Peter » 22 nov 2013 13:44

Prachtig vervolg van je blog over mast 239, Hans

Nooit geweten dat de '10 traversen weer anders zijn dan de '95 traversen maar eigenlijk verbaast het me ook weer niet. Wellicht zit er toch ook weer iets van verscherpte regelgeving in of het verschil van aannemer.

Tot slot Hans, inderdaad dit jaar viel de zomer eindelijk weer eens gewoon in de zomer al hebben we dit jaar het voorjaar overgeslagen

Mastbeeld van deze aangeslotene
Mark
Globale moderator
Load: 1139
Ingelust: 25 jan 2012 01:06
Favoriete mastsoort: Donaumast
Dichtstbijzijnde trafo: Spijkenisse
Contact:

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door Mark » 22 nov 2013 19:38

Mooi hoor Hans, ziet er erg vet uit

de knip
110 kV
Load: 143
Ingelust: 10 apr 2013 13:51
Favoriete mastsoort: delta
Dichtstbijzijnde trafo: Emmeloord 110kV

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door de knip » 22 nov 2013 19:59

Hans: Complimenten voor je BOUWKUNST.

Mastbeeld van deze aangeslotene
TomBorger
380 kV
Load: 1816
Ingelust: 24 dec 2012 16:46
Favoriete mastsoort: Dennenboommast
Dichtstbijzijnde trafo: Lochem

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door TomBorger » 22 nov 2013 20:27

Gefeliciteerd Hans, het bereiken van het einde is altijd mooi, maar betekent ook een leegte, want het werk is af en het bouwen is eigenlijk minstens zo leuk als het gerede exemplaar.
Je hebt hem heel compleet afgebouwd, bij mij zijn het juist die kleine dingetjes als klimijzers, isolatoren en bordjes die de definitieve voltooiing in de weg zitten.

Interessant dat er toch nog wat verschillen zitten in de traverses. De eenzijdig aangebrachte staafjes zouden ook kunnen dienen als loophulpmiddel. Als knikverkorter zijn ze niet zo effectief omdat de staaf in de andere richting (in verticale richting) waarschijnlijk eerder uit zal knikken.

Nou, succes met een nieuwe uitdaging voor de vrije tijd, als zit dat geloof ik wel goed

Mastbeeld van deze aangeslotene
Hans
Site Admin + actief in het mainsite team
Load: 2781
Ingelust: 03 dec 2011 20:49
Favoriete mastsoort: Tonmast
Dichtstbijzijnde trafo: Veenoord en Wageningen

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door Hans » 22 nov 2013 20:51

Nou eh.. zo klaar is ie nog niet.
Er volgen nog twee delen van de blog. In het volgend deel komt de finshing touch aan bod. De mast moest geverfd worden omdat er een roestprobleem begon op te treden. Borden, laders en ook de isolators. Daarna volgt nog een afsluitend deel met the odds: wat getalletjes en constateringen.

Toch heb je gelijk en ik heb het zelf ook terdege zien aankomen. Omdat de blog achter loopt lijkt het net of er nog wat moet gebeuren, maar in werkelijkheid is de mast een week of vier klaar. Er is best wel een gat ontstaan. En nu? Nu gaat er een volgende komen. Maar over het type en ontwerp heb ik nog geen oordeel geveld. Misschien maar eens wat zuidoost-Drents erfgoed veiligstellen?

Vrije tijd? Wat is dat?

captain007
110 kV
Load: 122
Ingelust: 23 apr 2013 22:31
Favoriete mastsoort: donaumast
Dichtstbijzijnde trafo: Druten

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door captain007 » 23 nov 2013 11:39

Ziet er mooi uit. Eigenlijk moeten er nog wat draadjes aan om het effect compleet te maken

Mastbeeld van deze aangeslotene
Ot
Actief in het mainsite team
Load: 562
Ingelust: 11 dec 2011 21:59
Dichtstbijzijnde trafo: zwolle weteringkade

Re: Deel 14. De 110 kV-meelifters

Load Ingevoed door Ot » 25 nov 2013 20:51

Draden? Nee niet doen! want dan moet hij er een tweede van bouwen
en moedig hem nou niet aan om dat te doen want straks krijgt hans het nog veel te druk en dan vallen die bordjes waar ET het over heeft uit de lucht.

hans hij wordt machtig mooi maar als dat zwarte gat komt, ik heb een verzoek nummer voor de volgende. Bouw het veenoordse bokje nu het nog kan! Voor hoogeveen-veenoord heb je nog jaren de tijd maar de Veenoordse bokjes zijn al jaren spanningsloos en ze kunnen morgen weg zijn
50 kV | DENK aan de kleintjes! STOP het UITRUIL BEGINSEL!!

Mastbeeld van deze aangeslotene
Hans
Site Admin + actief in het mainsite team
Load: 2781
Ingelust: 03 dec 2011 20:49
Favoriete mastsoort: Tonmast
Dichtstbijzijnde trafo: Veenoord en Wageningen

Deel 15. Detailwerk

Load Ingevoed door Hans » 24 dec 2013 15:55

Vorige keer eindigden we met een naaktportret van ZL-MEE S+6. Voor de constructiewerker is de mast klaar, maar voor de mastengek nog niet. We moeten hem netjes aankleden, het is immers koud buiten en we zitten op een fatsoenlijk forum.

Een grote hoogspanningsmast is net een kerstboom. Je moet hem eerst helemaal optuigen voordat het werkelijk wat is. In dit één na laatste deel van de ZL-MEE-blog kijken we in meer detail naar de details, en vanwege de foto's is het een nogal uit de kluiten gewassen deel geworden.
Maar voordat het zover is moet er een dringende klus gebeuren die niet langer uitstel verdraagt. Zie je dit?

Afbeelding

Dat is roest. En we weten allemaal hoe ongezond een PNEM-uiterlijk is.
Het grootste deel van het mastmodel is gebouwd met hoekijzertjes van onbehandeld ijzer en als je daar met je vieze of zweterige handen aan zit, dan gaat het beschermende vetlaagje er meteen af. De roest op de latten is slechts uiterst oppervlakkig: je veegt het er met een doekje zo vanaf. Maar om in de toekomst erger te voorkomen is een schilderbeurt noodzakelijk.

Dus daar zat ik dan in de constructiewerf mijn zonden te overzien. Dan loer je wat sloom omhoog naar de paar honderd latten die samen een huiskamerevenbeeld van je tegelijk geliefde maar ook invasieve en genadeloos inheemse soorten uitroeiende Canadese mastmodel vormen. Het verven van een hoogspanningsmast...
Van een zekere andere modelbouwer weet ik dat hij ooit inderdaad een heel mastmodel geverfd heeft met een kwast (pffffff!), maar het is 2013 en een mooi strak resultaat zonder kwaststrepen, zonder losgelaten haren en met zo min mogelijk vergeten stukjes bereiken we sneller, nauwkeuriger en mooier met spuitverf.

Afbeelding

Hoeveel grijze spuitverfsoorten zijn gewoon zinkmeniegrijs in plaats van ijzer, metallic, aluminium of een andere fancy afgeleide van blank metaal? [/retorische modus]
En A-merk is ook nodig. Het verschil in spuit- en dekgedrag tussen een goed A-merk of de Euroknaller is het geld zeker waard, want je hebt maar één kans. Een niet nader te omschrijven jeugdig gezinslid heeft daar wel eens een kapitale blunder mee begaan bij het verven van een fiets, dus zelf pas ik wel op.

Het mastmodel bestond op dat moment nog uit drie delen: het donaugedeelte met de vier 380 kV-traversen, een soort hamerkop met 110 kV-traversen en het broekstuk. Na het wassen, verwijderen van roest en het controleren of alles er daadwerkelijk op zit, kon het wachten beginnen op een van de laatste najaarsdagen met een dagtemperatuur boven twaalf graden en waarop ik tegelijk niet in Wageningen zat. Warm weer is bevorderlijk voor spuitverf. De verf gedraagt en dekt dan beter en droogt gelijkmatiger.

Afbeelding

Op een random zondag halfweg oktober was het zover. In de werkplaats achterin de oude boerderij (waar vroeger de grup lag en het vee stond, en waar het nu een bende is) heb ik een weekgang Dagblad van het Noordens uit elkaar geplozen en op de vloer gelegd.
En dan verven maar, te beginnen met het broekstuk. Van zes kanten, in twee tot drie keer een mooie gelijkmatige nevel eroverheen, zodat het ding tot in de kleinste hoekjes meerlaags in de verf zit. Daarna de tijd nemen om het ding op een stofvrije plek op zijn gemak te laten drogen.

Afbeelding

Aan het einde van de zondagmiddag zijn alle mastdelen droog, klaar en 100% roestvrij.
Buiten op straat velt het formaat van de onderdelen trouwens best mee.

Afbeelding

De drie mastdelen hebben daarna een week op een droge, maar goed geventileerde plek staan uitdampen. De volgende zondag was de verfdamp opgetrokken en de verf was uitstekend afgehard. Het bleek er niet zomaar af te krabben met een nagel, dus dat is goed zat.

Afbeelding

Tijd voor de eindmontage. Bakje boutjes erbij, voor zondagen ongeschikte muziek aan, gloeiendhete kop koffie en dan de laatste.. 64 boutjes erin. Ja ja, het boutenverbruik is monumentaal (en dat heb ik deerlijk onderschat, zoals we in het laatste deel nog zullen zien).
Na het vastschroeven van de laatste boutjes pakken we er een kwastje, een bierdop en een bus spuitverf bij. Hopla, even wat verf in de bierdop mikken, kwastje erin en de boutjes netjes aanstippen en overschilderen, zodat niets er nog aan herinnert dat de mast in drie delen gespoten is.

Afbeelding

Ziezo. De roest heeft tot nader order het nakijken. Nu tijd voor het daadwerkelijke optuigen van de mast.

De klimhaken

Zoals we weten is een van de randstaven van het broekstuk (altijd het rechtse exemplaar gezien vanuit het mastbeeld) voorzien van klimhaken en sinds 2001 ook van latchway, beter bekend als de veiligheidsdraad. Nu zijn de klimhaakjes er al aangezet in een eerder bouwstadium, dus daar kunnen we vrij kort over zijn. Na het boren van de gaatjes zijn er een aantal M2-rondijzertjes met omgebogen hoeken in vastgeklonken.

Afbeelding

Beetje overschaald, maar het ziet er vrij realistisch uit. Bijkomend voordeel ten opzichte van de ladder is dat de klimhaken meegeverfd worden in de zinkmenie. Dat betekent dat ze er al op gezet konden worden voordat het broekstuk geverfd moest worden.

De ladders

Voor de ladders zouden we stroken met hamstergaas kunnen gebruiken. Vierkante gaatjes, goed strak spannen en één rij breed. Maar nu we toch nog voldoende rondijzertjes van 2 mm, M2-boortjes en platijzers hebben liggen, waarom dan niet wat meer realisme?

Afbeelding

Na het op de computer tellen van het aantal sporten in de ladders van een S+6 (pffff!), het met een deelsommetje berekenen van de sportafstand en het bij elkaar rapen van het materiaal kan er aan de ensemblage begonnen worden.
Men neme twee platijzers, een meetlint, een stift, een oude plank en een boormachine. Eerst maken we de twee platijzers op exact de juiste lengte. Op een van de twee ijzers worden op de juiste tussenafstand stippels getekend.

Afbeelding

Daarna worden de beide platijzers aan elkaar vastgemaakt door ze bovenop elkaar te leggen, om de zoveel toekomstige sporten een gat dwars door alle twee heen te boren en daarna expres nog een eindje verder door te schieten de plank in. In die gaten steken we tijdelijk een paar spijkertjes zodat de beide platijzers geen kant meer opgaan ten opzichte van elkaar. En dan boren maar.

Afbeelding

Nadat alle gaatjes geboord zijn moeten er vele tientallen sportjes gemaakt worden. Hup, maar weer zo’n rondijzer uit de kast die ook voor de klimhaken gebruikt zijn, de zaag erin en allemaal precies even lange stukjes maken. De uiteinden wat gladschuren (want die zijn nog wat ruig, zie foto hieronder) en klaar zijn de sporten.

Afbeelding

De sporten kunnen het beste in de ladder gemaakt worden door ze erin te solderen. Daarna kan de ladder gemonteerd worden aan de reeds aanwezige bevestigingslatten in de toren en op de balkons, door op de vooraangegeven plekken de montagegaten te gebruiken en er M2-boutjes in te zetten.

Afbeelding

De ladder is in werkelijkheid voor het grootste deel van aluminium – de eerste jaren fel blikkerend in de ochtendzon, maar inmiddels langzaam matter en grauwer en minder opvallend in de mast aanwezig. Alleen in het bovenste torendeel zijn er bij ZL-MEE ook zo hier en daar stalen ladders gebruikt, maar dat is niet bij ieder exemplaar gebeurd. Omdat de aluminium ladder dus een andere kleur heeft dan de zinkmeniegrijze mast, heb ik in het schaalmodel hetzelfde gedaan: de ladder in een aluminiumkleur verven met modelbouwverf.

Afbeelding

Het resultaat is een laddertje die duidelijk verschilt in kleur ten opzichte van de constructiestaven.

Latchway

Oftewel: de veiligheidslijn. Die moest rond de eeuwwisseling opeens in alle hoogspanningsmasten worden ingebouwd en dit venijnige reflecterende stuk ontsierend roestvrij staal heeft al heel wat emmers (___) over zich heen gehad op het forum. Terecht natuurlijk, maar dat terzijde.
Die moet er ook in. Men neme staalgaren, smalle platijzertjes, een tang en een vrij simpele maar doeltreffende manier van montage.

Afbeelding

De bevestigingsijzertjes bestaan uit een rond lusje, daarna een soort scherpe S-vorm en aan het andere uiteinde een haakse hoek. Door dit haakse uiteinde pas om te buigen wanneer deze om de ladder grijpt, wordt het stukje metaal muurvast verbonden met de ladderrand. Dat bleek zo goed te werken dat het niet eens meer nodig was om er secondelijm tussenin te gieten.
(Op de foto hierboven is de ladder overigens iets té klem gezet en daardoor wat smaller geknepen. Later is dat hersteld zodat de ladder nu inmiddels geen taille meer heeft.)

In de latchway zit ook een soort verklikker waar een rood lint uit schiet wanneer de latchway werkelijk iemands val heeft gebroken, zodat vanaf een afstand te zien is dat de zaak geïnspecteerd moet worden. Geen idee helaas hoe de verklikker er van heel dichtbij uitziet: ik heb wel eens een stukje geklommen (eh, laten we het daar maar bij houden), maar van alle objecten is de verklikker in de latchway niet interessant genoeg geweest om hem in detail te bekijken.

Afbeelding

Uit een nog niet eens zo heel grijs verleden heb ik nog een grote berg constructiespeelgoed staan. Meccano, Lego en K’nex. Nu had die laatste het probleem dat er nog wel eens hoekjes afbraken. Je houdt dan kleine, felgele blokjes over die eigenlijk best voor een verklikker door kunnen gaan. Twee piepkleine M1-gaatjes erin boren, staaldraad erin maken en bevestigen maar.

Afbeelding

Het eindresultaat na montage van de ladder viel meer op dan ik dacht. Juist het laddertje, met minuscule sporten en piepkleine latchway bleek een grote toevoeging aan het mastbeeld te zijn. Om het af te maken heb ik de latchway expres ongeschilderd gelaten en soms expres een beetje scheef gemonteerd (zoals op de foto hierboven), zodat het ook op het schaalmodel de indruk wekt er later te zijn opgezet. Je moet dat spul immers vooral niet teveel eer gunnen.

Balkonvloeren

Daar sta je dan op het balkon. Railings zijn prima gelukt, maar de vloer moet er nog wel in.
Schuurpapier met vierkante gaatjes? Het bestaat, met dank aan een groothandel voor beeldhouwgereedschappen. Voor een idee van de schaal, hier een hand eronder.

Afbeelding

De rest is geschiedenis, net als de herinneringen aan dit soort roostermatten die al in een eerder deel zijn opgediept. [/autobiografische modus]
Omdat het schuurpapier zwart was heb ik ze maar gewoon dezelfde kleur grijs gespoten als de rest van de mast. Hopla, zinkmenie. Geen vijftig tinten grijs, maar slechts ééntje!

Afbeelding

Wie balkonvloeren op schaal nodig heeft: schuurpapier met vierkante gaatjes doet wonderen. Makkelijk te hanteren en op maat te maken, goedkoop, en een realistisch eindresultaat.

Isolators

Dan is het nu tijd voor een van de wat grotere succesverhalen uit mijn modelbouwleven. (Lekker bescheiden Hans, doe je weer heel stijlvol.) We hebben recentelijk bij de onttakeling en sloop van het noordelijk deel van de aftak Coevorden gezien hoe kaal en hulpeloos een mast eruitziet zonder draden en isolators. Het zou een beetje jammer zijn als een schaalmodel dezelfde sneue indruk wekt, dus er moeten beslist een flinke serie isolators aan.

De eerste de beste creabeawinkel verkoopt groene kralen. Maar het kan veel beter, dankzij een uitvinding uit het land van Elo, design, Roskilde, gaffelmasten, Volbeat, windturbines en zeemeerminnen.

Afbeelding

Ondergetekende en een niet nader te omschrijven jeugdig medegezinslid hebben vroeger samen gedaan wat sinds een halve eeuw alle jongetjes doen: met Lego spelen. Uren, en hoe meer Lego hoe beter. Dat dit kindervermaak ook later zijn nut heeft blijkt wanneer onderdeel 3006349 weer in je geheugen verschijnt. 3006349, ach ja, de onvolprezen parabola: het transparant groene schoteltje die altijd zo lastig op te rapen was en die niet bijzonder nuttig was, maar waar je desondanks toch altijd te weinig stuks van had.

Laat dit onderdeeltje (gecombineerd met een kegelblokje) nou precies een bouwsel opleveren dat verhipte sterk lijkt op een glaskap-isolator.

Afbeelding

Goedkoop, schakelbaar, in één keer klaar, op kleur, redelijk op schaal en zeer eenvoudig in megagrote hoeveelheden te krijgen, want met www.lego.dk erbij was Hans een week later de trotse bezitter van niet alleen deze twee zakken kleinood...

Afbeelding

...maar ook van een begeleidende pakbon van Lego Denemarken waarin werd geschreven dat men er blij en verheugd mee was om zo'n grote Lego-fan aan te treffen.

220 stuks parabola’s en eveneens 220 stuks kegelblokken in grijs, dat is ruim afdoende en nog een mooi getal ook. Aan elkaar geschakeld zijn 25 stuks (zoals in werkelijkheid) een heel stuk te lang, want de schaal komt niet helemaal exact overeen. In het schaalmodel blijkt de goede kettinglengte ongeveer overeen te komen met elf of twaalf stuks per ketting, en voor de 110 kV-meelifters doen we er vijf.

Afbeelding

Dat betekent dat de helft nog over is na dit model, dus voor het volgende mastmodel hoef ik nog niet eens meteen nieuwe uit het land van Elo te laten komen. Hoewel we het voor de prijs niet hoeven te laten.

Afbeelding

Door de bovenste kegel te voorzien van een klein overdwars gaatje en daar een ijzerdraadje in te steken, kan de hele isolatorketting opgehangen worden. Om het doorgestoken draadje heen zit een omgekeerd U-vormig stukje ijzer, die op zijn beurt opnieuw om een ijzeren pinnetje heen grijpt onderin het H-profiel van de traversebodem. Op die manier kan de isolatorketting zowel voor/achterwaarts alsook zijwaarts uitzwaaien, wat een realistische zwiep geeft wanneer het mastmodel op een onvaste vloer staat of wanneer er iemand langsheen loopt.

Afbeelding

Aan de onderkant van de kettingen hangen de bruggen, kousen en twee schommels. Die moeten er natuurlijk ook onder. Twee plaatjes metaal, twee strookjes in een uitroeptekenvorm gebogen, drie bouten, een messing buisje (zowel onderin de ketting alsook met korte stukjes in de schommels) en wat secondelijm om de buisjes in de kousen te houden, en voila.

Afbeelding

De 110 kV-traversen zijn nog simpeler: hier is gewoon een buisje onderin de isolatorketting gestoken, waaronder een U-vormig platijzertje met vier afgeknotte hoeken zit.

Afbeelding

Ook de bliksemdraadbevestiging is op die manier gemaakt, maar dan zonder isolators ertussen.

Afbeelding

Circuitbordjes

Borden maken de mast. En een grote mast is net een verkeersplein. Op het broekstuk zijn vlak voor het verven extra latten aangebracht waarop de bebording kan worden bevestigd. De circuitbordjes zijn de makkelijkste en tegelijk toch de meest arbeidsintensieve bordjes. Er zitten uitgestanste letters in en die moeten er op het schaalmodel natuurlijk ook in gemaakt worden. Er zitten in totaal tien circuitborden op de mast. Na het knippen van tien stukjes rechthoekig metaal op de juiste maat is het tijd voor de onvolprezen M1-boor. M1 is van de categorie je ken de mieren op het tuinpad zien schijten, zoals een zekere cabaretier het zou zeggen. Oftewel nanotechnologie voor iedereen met handen die niet meer van het formaat Ot zijn. Dat wordt even geen koffie drinken, de werkruimte goed warm stoken en rustig wachten tot een moment waarop je handen 100% trilvrij zijn.

Na het boren van twee bordjes O, twee stuks B, vier stuks Z en vier stuks W mogen we het gerust een wonder noemen dat het M1-boortje het al die tijd gehouden heeft. (Die naalddunne boortjes zijn nog kwetsbaarder dan handgemaakt Venetiaans glaswerk, dus deze prestatie voor één enkel exemplaar M1-boortje is lang niet gek.)

Boortje snel terug in het fotoroldoosje en dan kunnen we de bordjes gaan verven. Een dompelbad is niet handig omdat dan alle gaatjes meteen weer dicht gaan zitten. Voorzichtig met een kwastje dan maar. Vanuit de modelbouwhistorie heb ik een goedgevuld arsenaal verfpotjes en ze waren toch al gebruikt bij de vlaghaakjes, zodat het geen probleem bleek.
Sterker nog, het extra gaatje bovenin het bord bewijst (net als in het echt) zijn nut uitstekend bij het schilderen.

Afbeelding

Montage van de bordjes op de mast gaat dan weer heel simpel: met secondelijm.
Na het vastplakken moet er weer even met de grijze verf vlakbij de borden worden geschilderd, want de staaf is ietwat donker geworden door surplus secondelijm. Die lelijke vlekken moeten natuurlijk weer weg.

Helikopterborden, waarschuwingsbord, klokgetallen

Zo’n waarschuwingsbord lijkt misschien razend ingewikkeld, maar schijn bedriegt. Na het botweg laten maken van een foto van het bord van de masten 108 en 115 door een niet nader te omschrijven jeugdig medegezinslid (jeweetwel, die met die compensatiegedragcamera) heb ik de foto gewoon geïmporteerd in Inkscape.

Inkscape... Voor bij wie dat geen lampje doet branden, dat is datzelfde vectortekenprogramma als waarmee Ot en ik dit soort ludieke dingen maken. Na het digitaal uitknippen van het bord en het terug vervormen naar een rechthoek, moet het mastnummer (van 108 en 115 naar 239) aangepast worden. Iets dat overigens achteraf toch weer als los stickertje is gedaan, om het later opgezette nummer ook echt naar voren te laten komen, zie de foto's hieronder.

Afbeelding

Maar daarna blijkt pas het echte voordeel van een vectortekenprogramma: je kan de afbeeldingen eenvoudig schalen voor uitprinten, en de schaal kan je zelf kiezen. Pixels bij 200 dpi, een verhoudingsgetal, een percentage, maar ook gewoon harde millimeters. Wanneer je wilt dat een zekere afbeelding exact 100 millimeter groot wordt op een A4, dan gebeurt dat ook.

Afbeelding

Op die manier hebben we bijvoorbeeld de netkwartetkaarten de exacte afmetingen kunnen geven van standaard speelkaarten. Maar je kan er ook het waarschuwingsbordje precies de schaalmaat van 1:30 mee geven.

Afbeelding

Afbeelding

Voor klokgetallenbordjes en de helikopterborden is hetzelfde procedé gevolgd. In orde maken op de computer, op schaal brengen en daarna uitprinten op stickerpapier. Daarna plakken we ze netjes op de voorgeverfde stukjes metaal (achterzijde zinkmeniegrijs, voorzijde geel) en het resultaat lijmen we stevig vast op de daarvoor bestemde plekken.

Vlaghaken

Zelfs detailwerk kent detailwerk. Het beste voorbeeld daarvan zijn de vlaghaakjes.
Nu zijn de vlaghaken redelijk vervelende onderdeeltjes: ze zijn alle vier verschillend van kleur, van vorm en nog piepklein ook. Een echt exemplaar past gemakkelijk in je hand, dus ga maar na wat dat op schaal 1:30 moet zijn... Maargoed, dat brengt weer wat uitdaging in het leven van de modelbouwer.
(Merk op dat ik me 3 mm verrekend had met het formaat van het klokgetalstickertje ZL-MEE, die is net te klein. Later is dat hersteld met een iets groter stickertje.)

Afbeelding

Men neme een M2-boutje en (op een dag waarop moeder de vrouw niet thuis was) daar solderen we een stukje hoekijzer bovenop. Afhankelijk van de vlaghaak wordt aan de andere kant van het ijzertje een rond of vierkant staafje, dan wel een rond of vierkant buisje vast gesoldeerd.

Afbeelding

Het resultaat is vier verschillende vlaghaken die klein genoeg zijn om de schaal niet te verstoren.
Na het schilderen met modelbouwverf (daar heb ik in de loop der jaren genoeg potjes van aangeschaft) kunnen ze vastgeschroefd worden in de randstaaf.

Afbeelding

Afbeelding

Tenslotte nog snel even dat stuk latchway achter het oranje haakje vastmaken zoals men dat ook in het echt doet. We moeten immers wel consequent blijven.

Na het ophangen van het waarschuwingsbord was het tijd voor het daadwerkelijk állerlaatste klusje: commissioning. De helikopterborden aanzetten, waarmee mast 239 daadwerkelijk zijn erkenning krijgt en "opgeleverd" wordt.

Afbeelding

Proost.

Tsja, een goede foto-omgeving met witte muur en daglicht is niet mogelijk in een oude boerderij in dit jaargetijde, dus tot nader order is dit het staatsieportret.

Afbeelding

Hoewel het schaalmodel nu af is, krijgt de ZL-MEE-blog nog één volgend deel waarin het accent ligt op terugkijken en waarin wat getallen de revue passeren.
Hoeveel materiaal zit erin? Klopt dat met de schattingen (nee)? Hoeveel tijd kost een en ander? Wat ging er goed? Wat ging er mis? Wat valt er te leren met betrekking tot de volgende mast die gebouwd gaat worden? En wat was nou de hoogte van het mistery budget waar in de eerste delen zo geheimzinnig over werd gedaan?

Afbeelding

Het laatste ZL-MEE-blogdeel zal niet zo heel lang op zich laten wachten, want inmiddels is de bouw aan het volgende model reeds gestart. En ik had beterschap beloofd met betrekking tot het bijhouden van de blogs, dus tsja...

Hooggespannen (kerst)groet,
Hans.
Trots geboren in het 110 kV-gebied

Mastbeeld van deze aangeslotene
Shrek
380 kV + Netkaartcrew
Load: 1405
Ingelust: 18 mei 2012 17:53
Favoriete mastsoort: dubbelvlag mast
Dichtstbijzijnde trafo: Wespelaar

Re: Deel 15. Detailwerk

Load Ingevoed door Shrek » 24 dec 2013 16:10

Wauw, prachtig gewoon.
Volgende forummeeting even meenemen aub

Plaats reactie

Wie is er onder spanning

Aangeslotenen op dit net: Geen aangeslotenen en 1 klantaansluiting